Herinneringen aan het GGZ

Mijn hernieuwde intake in het GGZ roept oude herinneringen op aan de tijd dat ik tegenover een verschrikkelijke psychiater kwam te zitten en een sympathieke verpleegkundige. En was mijn eerste kennismaking met het koudste bureaucratische systeem van Nederland.

Pa gelooft niet in autisme

Mijn broertje en ik hebben beide de diagnoses autisme, maar mijn vader geloofd daar niet in. Met mijn broertje gaat het echter uitstekend, maar mijn leven is een puinhoop. Wat heeft het verschil gemaakt in onze levensloop? Ik kom met mijn vader in een pijnlijke discussie terecht. Mijn problemen blijken onbegrepen.

Gevoelige mensen, een uitstervend soort

Een vlinder logeerde een nachtje bij mij. De reisdocumentaires van Joanna Lumley geven mij een reden om uit bed te komen op depressieve ochtenden en Dirk de Wachter gelooft in de maatschappelijke functie van de geesteszieke mens. Met grapje aan het eind.

Eén keer in het jaar een voorbeeldburger

Een heugelijke dag wanneer mijn poetsprestaties volgens de tandarts zó goed zijn dat ik in een nieuwe categorie cliënten zal vallen. Even voel ik mij een normaal mens: Zo voelt het om een geslaagd leven te leiden. Mét vier essentiële poetstips.

Demonen van de vroege ochtend

Over geen zin meer hebben in het leven maar toch door moeten gaan. Het aanstaande plan om aan de medicijnen te gaan. Over vroeg wakker worden door een angstig hoofd en er dan maar mee zien te dealen. Twijfel aan mijn diagnose: Ben ik niet gewoon manisch?

Huizenstress XX: Een jaar later

We schuiven een jaar op in de tijd: De uit nood betrokken woning blijkt een hell-hole door dealende en feestende buren. Opeens bevind ik mij in een achterbuurt met problemen. Na het prille woongeluk, verval ik in diepe depressie, terwijl ik eigenlijk allemaal zaken moet regelen.

Dit was 31 (gefeliciteerd, overleeft)

In het laatste half uur van mijn 31 jarig bestaan reflecteer ik op de stand van zaken in mijn leven. Misschien kan het allemaal wat relaxter. Ook vertel ik over het nieuwe huis en de nieuwe buren. Klein en luchtig -het blog, niet de buren-. Een kleine cultuurshock. Mét muzikale aanbeveling.

Huizenstress XIX: Hoera, een huis!

Ja het is gebeurd: Een huis! Ik ben volgende week de huurder van mijn eigen huis! Een echt contract bij een woningcorporatie! Hieronder een samenvatting van alle ontberingen die er aan vooraf gingen en de mooie toekomstdromen die nu zullen volgen! Zo blij als een kind.

Huizenstress XVIII: Ik wil hier weg

Morgen is het zo ver, de bezichtiging voor het huis waarvoor ik nummer 1 sta. Ik typ zenuwachtig wat in het wilde weg om deze avond voorbij te laten gaan. Ik heb deze week een eend gered en met het UWV gebeld. Van dat laatste lag ik een uur te janken. Beetje overdreven misschien.

Over hoe een oude vrouw opstapte

Thuis maakte ik koffie toen mijn moeder zei: ‘Mevrouw Perenman ligt op sterven, ze had al weken last van nierfalen.’ Maar de Coronaregels deden het pas echt bederven, want niemand mocht langsgaan. Waarop haar dochter zei: “Nu kan ik eindelijk moeder weer in mijn armen houden.”

Bitter genot: Iedereen even patiënt

In tegenstelling tot bij velen, is sinds de pandemie uitbrak mijn introverte levensstandaard nauwelijks veranderd. Als chronisch mentaal zieke, leefde ik altijd al in een intelligente lockdown. Juist voor de normaal zo extraverte medemens is het met deze thuisisolatie afzien.

Een betoog vóór hamsteren

Ik weet dat er de laatste tijd door veel moraalridders wordt opgeroepen het niet te doen. Maar: In deze geautomatiseerde, door de EU geregeerde maatschappij zijn onderbuikgevoelens van de bevolking juist de laatste intuïtieve, collectieve navelstreng die we nog hebben.

Dood, maar niet door Corona

Terwijl ik in mijn vorige blog nog fantaseerde over een zelfverkozen einde, heb ik de afgelopen maanden niets anders gedaan dan preppen. Want wat als je in een ziekenhuis komt waar constant prikkels zijn? Sartre zei het al en dit geldt dubbel voor autisten “De hel, dat zijn de anderen”.

Huizenstress XVIII: Kandidaat nummer 1

Het is zo ver: Een paar weken geleden werd ik kandidaat nummer 1. En niet van een appartementje ver weg, maar van een heuse maisonnette in mijn thuisstad. Toch ben ik doodsbenauwd dat ik het op het laatste moment niet krijg. Dat zit zo: Mijn moeder is nooit verhuist.

Huizenstress XVII: Een noodzoeker bezichtiging

Toen ik het adres eenmaal had gevonden, onderwierp ik het pand aan een grondig onderzoek. Ook de woningen van de buren. Van het huis van de buurjongen schrok ik wel, er stonden kratjes bier, muziektafels en de muur was behangen met elektrische gitaren. Shit, dat betekende lawaai.