Huizenstress XVI: Een melding illegale bewoning

Er is veel dat ik niet verteld heb. Ik had er de afgelopen maand geen woorden voor. Viel stil, als een gewond dier dat wegkruipt in een hoek. Politie in mijn kleine huis, steeds een doosje naar moeders verhuizen, depressies, niet willen leven, brakke nachten, afscheid nemen, en dat de plannen dan wéér veranderden. Ergens daarna in een uiterste poging het dagelijks bestaan nog zo normaal mogelijk aan elkaar te worstelen sloeg de vlam in de pan en eindigde ook mijn relatie. We hadden allebei wel verwacht dat het niet voor altijd zou zijn, maar dit was toch snel, vond ze.

En daarna lig je avond aan avond in je nieuwe bed naar het plafond te staren, terwijl je alleen nog maar denkt: Auw. Auw. Auw. Auw. Dat is je hart. En het doet pijn. Iedere seconden die je jezelf niet afleid met stompzinnige klusjes zend het pijnprikkels uit.

Ik denk dat het liefdesverdriet was.

Samenvatting (deel 1)
Hierbij even de recap van wat er nou gebeurd is in de tijd dat ik strijdbaar tussen mijn appartement en mijn moeders huis heen en weer pendelde, en het moment dat ik de huur (en hoop) voorgoed op zei:

Nadat mijn appartement weken lang naar rook stonk en ik daar zoveel stress van kreeg dat ik er uiteindelijk alleen nog maar kwam om te douchen en te huilen, besloot ik dat ik het protocol geluidsoverlast niet af wilde wachten. Geluidsoverlast wordt namelijk alleen in extreem heftige gevallen serieus genomen door de rechter, en rechtspraak zou nog maanden op zich laten wachten. Dit geld ook zo’n beetje voor rookoverlast. Mijn advocaat adviseerde mij mezelf aan te geven voor illegale bewoning bij de gemeente. Hierdoor zou er binnen enkele weken gehandhaafd moeten worden en zou mijn hospita alsnog gedwongen worden het verhuisgeld te betalen. Iets dat ze nu, ondanks de rook- en geluidsoverlast, niet meer wilde, aangezien ze al had “geïnvesteerd in de verbouwing”. Die verbouwing hield een paar isolatieplaten voor mij in en sanitair voor haar aangenomen zoon.

Semi-opgelicht
Je gaat je op zo’n moment wel afvragen waarom zo’n rechtsbijstandadviseur in het begin van de zaak zo hoog opgaf van dat woongenot. Misschien omdat hij mij dan 150 euro voor een officiële brief kon laten dokken. Want achteraf was hij helemaal niet officieel van de rechtsbijstand, maar gewoon een commercieel typen die dit advies gebruikte als lokkertje.
Schijnt heel normaal te zijn. Ik ben er met beide benen ingelopen. Mijn advocaat onderzocht het en vond uit dat hij nergens voor te vervolgen was, omdat hij gewoon een commercieel product verkocht. Alleen had hij dat niet met zoveel woorden gezegd.

Hoe dan ook, na zenuwachtige dagen wachten kwam ik te spreken met de handhaver van de gemeente. Hij vertelde me wanneer ze langs zouden komen en tot mijn verbijstering ook dat mijn hospita zelf de melding illegale bewoning had gemaakt. Ik kon het haast niet geloven.
Dan had iemand ook nog  melding van een stuk of twintig panden in en om mijn straat gemaakt waar ik tussen stond en die zouden zij allemaal af gaan. Op mijn verzoek bezochten ze mij als eerste. Anders dreigde het na de kerst te worden want: ‘Met kerst doen we geen uitzettingen’, zei hij.
Verbijsterd hing ik op. Hoewel op de website aangegeven stond dat iedere melding strikt vertrouwelijk behandeld werd, had hij zojuist met persoonsgegevens gesmeten. In mijn voordeel: Als ik hem een verklaring kon ontfutselen waarin hij bevestigde dat dit mijn hospita was geweest zou ik sterk staan in de rechtbank. Ik besloot dan ook alles uitvoerig op te nemen als ze zouden komen handhaven. Maar het werd nog erger.

Om-verhuizing
Dus de gemeente zou langs komen en ik wist op welke datum. Nu moest ik een omgekeerde verhuizing in werking stellen, waarin ik nog wel kon aantonen dat ik daar woonde, wat in praktijk eigenlijk nauwelijks meer waar was: De meeste van mijn spullen stonden al bij mijn moeder, aangezien ze anders naar rook zouden ruiken en ik in mijn appartement bovendien doordraaide van ieder geluid dat ik hoorde. Trouwens wonen op een plek waar de ventilator 24/7 ronkt om de rookstank af te voeren, kan ik je zeggen, is ook niet te doen.
Maar waar haalde mijn hospita dat zelfvertrouwen vandaan om die melding te maken? Het kon niet anders of ze wist dat ik daar praktisch niet meer woonde. Mijn coach zocht het voor mij uit, maar het begrip wonen bleek juridisch erg rekbaar te zijn, dus dat maakte niet uit. Tegen haar advies in besloot ik toch mijn woning zo levendig mogelijk te maken. Voor een prikkie trok ik ergens een tweedehands tafel vandaan en bevoorraden de koelkast opnieuw.

Doorgeslagen
Ik kan niet anders dan schaamtevol toegeven dat ik misschien te hard ben gegaan op het simuleren van mijn bewoning daar. Er waren te veel details waar ik dacht dat de gemeente over zou vallen als ze mijn huis zouden onderzoeken. Ik wist immers ook helemaal niet hoe zo’n onderzoek er uit kwam te zien.
Dus mijn overspannen geest maakte zich zorgen over de actualiteit van de bacteriën op de tandenborstel, of de vraag of er wel genoeg washandjes lagen om overtuigend te zijn.
In een uiterste poging controle te behouden over één van de laatste uit de hand gelopen situaties in mijn leven, kwam mijn brein met het ene doemscenario na het ander op de proppen.
Zo mailde ik op een dag mijn advocaat met het idee dat mijn hospita misschien wel vriendjes was met de mensen op de afdeling handhaving, ze werkte immers voor allerlei gemeenten. Mijn advocaat antwoorden niet, maar kreeg, -vrees ik- wel een beeld van de doorgedraaide vrouw die ik onder dat keurige laagje vernis was. Achteraf schaam ik me.
Maar op een dag realiseerde ik me waarom ik deze hele zaak in hemelsnaam zo obsessief aan het uitgraven was. Familie en vrienden hadden mij al lang zuchtend gevraagd waarom ik niet gewoon mijn verlies nam en opstapte. Ik had daar toch jaren goed gewoond? Waarom was ik mezelf tegen de klippen van mijn gezondheid aan het opwerken voor gerechtigheid als ik er zo overduidelijk stress van kreeg? Gelaten wachtte ze af tot het moment dat ik zou opgeven om weer voor mezelf te gaan zorgen. Ik geloof dat iedereen wel voelde dat zo iets het beste zou zijn.

Behalve ik. En dit is waarom:

Rouw kent vier stadia: Ontkenning, boosheid, onderhandelen, depressie/desoriëntatie en aanvaarding. In de afgelopen twee jaar ben ik allerlei dingen kwijtgeraakt waar ik onmogelijk controle over had. Ten eerste belande ik na een soort rand-psychose in een absurd zware burn-out. Mijn hele hersenpan leek wel diepgravend naar de galamiezen, en ik zat er maandenlang bij als een zombie. Geestelijke gezondheidszorg kwam niet op gang en ik was emotioneel geheel afhankelijk van mijn vriendin. Met die val moest ik ook mijn grote droom om een carrière als ontwerper te hebben opgeven. Ik moest erkennen dat er iets mentaal zo mis met mij was dat ik er nooit helemaal van zou herstellen. Dat ik niet het leven zou gaan leiden waar ik tien jaar voor tegen mijzelf gevochten had. Eerder een schaduwbestaan. De bijbehorende diagnose volgde al gauw. Uitgerekend op dat moment kwam die ene droomklus binnen. Ik nam hem aan, en verschroeide mijn zieke brein nog meer. Daarna zegde ik mijn bedrijf op en bleef achter met een financiële afwikkeling die oneindig leek. Ondertussen werd mijn spaargeld afgepakt. De Belastingdienst vond dat het hun spaargeld was, en ik het oneerlijk verkregen had: Ze hadden de boekhouder die tien jaar geleden zo moeiteloos  een paar duizend euro ziektekosten had afgetrokken opgepakt, en nu waren al zijn klanten de pineut. Mijn inkomen stond aan alle kanten op zwakke poten, want het UWV was met de ingang van de Participatiewet ook gaan freaken. Kortom, in drie belangrijke levensgebieden brokkelde mijn stabiliteit af: Financiën, psyche en toekomstperspectief. Allen heb ik met alle macht en een onuitputtelijke stroom conversatie naar instanties willen vasthouden. Geen hield stand. Toen ook de laatste pilaar van het stabiele bestaan: Wonen, onder mij vandaan brokkelde, sloeg ik dus half door. Ik wilde mijn hospita wel vermoorden. De schijnbare nonchalance waarmee ze mij wegschreef… Uit veiligheid zorgde ik maar dat het levensgrote keukenmes dat tot mijn uitzet behoorde buiten handbereik bleef…
Ik geloof dat ik het uiteindelijk niet had gekund. Er staat toch een heel mens voor je. Maar voor mijn blinde woede ben ik nog altijd bang. Ergens in mij schuilt een wild dier, dat sneller reageert dan mijn hersenen kunnen tegen gaan. Maar met deze belangrijke analyse brokkelde mijn vasthoudendheid wel enigszins af. Dat en:

Handhavings avond
Ik had mijn vriendin op het laatste moment meegevraagd, omdat ik in de middag huilde uit wanhoop. Toen de bel ging zette ik snel de recorder op mijn telefoon aan, die ik in de borstzak van mijn daarvoor meest geschikte blouse had verstopt. In de fruitmand stond de andere recorder al een uur te draaien.
Voor de deur stond een kale man van middelbare leeftijd. Achter hem een vrouw en een agent. Daarachter, in het duister een tolk die een klein sjekkie rookte. Slechts de gloeiende pit lichtte op in het donker en deed zijn bestaan vermoeden.
‘Goedenavond, wij komen voor een melding illegale bewoning op dit adres, mogen wij even binnen komen?’
Hij stelde alle leden van de bende aan mij voor en ik verleende hen toegang tot mijn kleine appartement. Ze sjokte achter me aan. Het was misschien nogal theatraal: Op de grond een matras, waar mijn vriendin en ik zojuist tv hadden gekeken. Op de kniestoel de laptop met een lang snoer over de vloer. Vanaf de kast midden in de kamer, wierpen mijn vaste theaterlampen een warm licht door de ruimte, dat een vreemd schaduwspel aanrichtte. Een moment voelde ik gêne over mijn dubieuze interieurkeuzes. Maar de suspense onder de spotlights kwam pas echt tot  leven toen bleek dat het helemaal niet mijn hospita was geweest die de klacht had ingediend. Het bleek dat de man van de gemeente dit – god weet waarom- had aangenomen aan de hand van de toon in het mailtje. Maar het was het mailtje dat ik had gestuurd.
En dat terwijl ik niet als mijn hospita had willen klinken, maar voor mijn eigen veiligheid wel als een vertegenwoordiger die de klacht als het ware voor mij indiende.
‘Komt dit e-mailadres u bekend voor?’ vroeg de man, en hij las het op.
Ik gaf niet meteen toe.
‘Ho even, en hoe zit het dan met die klacht die mijn hospita heeft ingediend?’
Ik besloot niet te bekennen tot ik boven water had wat haar aandeel was. Ik was er erg op gespitst zijn verbale verklaring hierover op de recorder te hebben.
Maar die kwam niet, aangezien geen enkele melding van haar hand was. Het kostte me moeite om te schakelen.
‘U hospita keek ook erg geschrokken toen wij voor de deur stonden,’ lichtte de gemeenteman, die mijnheer Holt heette toe:
‘“Wat doen jullie hier” vroeg ze. “We komen voor een melding illegale bewoning”, heb ik toen gezegd. Waarop zij zei: “Oh dat is de eerste deur links”. Ze zei ook dat u een grote som geld van haar eiste,’ voegde hij er aan toe.
Het bloed in mijn slapen begon te kloppen, hoe durft ze, de hoer, dacht ik bij mezelf. Mij wegzetten als een ordinaire bloedzuiger.
‘Ja die is lekker,’ zei ik in plaats daarvan: ‘Mij wegzetten als een ordinaire geldwolf…’
Nu begon de blonde agent zich er mee te bemoeien: ‘Maar wat wilt u uit deze melding halen?’ vroeg hij. ‘U wilt een bepaalde financiële compensatie?’
‘Ik wil gewoon een illegale situatie aangeven,’ barstte ik los: ‘Zij doet en laat maar alles wat haar goeddunkt en ik voel mij niet meer veilig hier. Hierboven heeft ze nu een nieuwe bewoner gezet en die rookt als een ketter. De man die hiernaast zit ook. Los nog van de stankoverlast vind ik dat brand onveilig. Ze heeft ook allerlei sanitair aangelegd hierboven om een heel nieuw appartement te creëren. Is dat soms allemaal legaal?’
‘In principe mag ze doen wat ze wil,’ zei de agent belerend. ‘Zij is de eigenaar van dit pand en u heeft zich daar naar te schikken. Of dat brandgevaarlijk is, is een zaak van de brandweer.’
Opeens zag ik de agent voor wat hij was: Een blonde witte meerderheidsman, die de wereld zwart-wit zag: Er waren de nette mensen en de uitvreters. In zijn wereldbeeld was ik duidelijk dat laatste. En dat terwijl hij niet eens gelijk had. Ik had huurdersrechten. Hij citeerde de wet volledig verkeerd, in zijn simpele poging de wereld overzichtelijk te houden.
De vrouw die zich tot nu toe op de achtergrond had gehouden begon zich er nu ook mee te bemoeien: ‘Normaal ontruimen we pandjes zoals dit met tien Polen of Bulgaren er in, u heeft nog geluk hoor, u woont mooi. Hoeveel huur betaald u?’
Bij het horen van het inderdaad redelijke bedrag, wist ik dat ook zij aan de kant van de agent stond en dat ze mij een onredelijke, achterbakse huurder vonden. En dat terwijl ze zich over een paar uur ongetwijfeld terug zouden trekken in hun overgrote koophuizen; het was meten met twee maten.
‘En als ze dan zo verrast was door deze inspectie, waarom heeft ze die jongen die hier eerst boven zat dan nu al een paar weken in huis genomen?’ viel mij opeens in. Ik wilde nog steeds van geen wijken weten over het feit dat mijn hospita geen aanklacht had gedaan.
‘Ik hoorde inderdaad wat geschuifel daarboven,’ viel de vrouw mij dit keer bij.
‘Goed we zullen zo eens gaan kijken hoe de situatie bij u hospita is,’ zei mijnheer Holt.
‘Kunt u mij nog vertellen wat de situatie dan is?’ vroeg ik.
‘Helaas uit privacyoverwegingen kunnen we dat niet,’ besloot mijnheer Holt.
Ja, ja dacht ik bij mijzelf.
Nadat ik ze had uitgelaten hoorde ik aan de andere kant van de muur en boven mij nog gestommel en gemompel. Helaas konden we net niet verstaan wat ze zeiden. En toen waren ze weg om de som op te maken.
Mijnheer Holt had gezegd dat mijn hospita op een boete van 10.000 euro kon rekenen.
‘Vind je dat dan niet genoeg genoegdoening?’ had hij gevraagd.
Maar ik liet me niet afschepen door een stel van die bevooroordeelde sukkels.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.