Huizenstress VII: Huizenstress…?

Toen ik vanmorgen op stond was ik depressief en moe. Gister heeft er wel in gehakt: Eerst een 2 uur durende afspraak met mijn coach en s’ avonds nog een uren durende relationele twist met mijn vriendin. Gelukkig zijn we er beter uit gekomen.

Eigenlijk zou ik vandaag naar mijn praatgroep en de haven gaan, maar ik heb alle afspraken geannuleerd en suffig rondgehangen op het internet.
Waarom de haven?
Nou dat komt zo: Na dat hele auto gezeik belde ik die man van de ver weg kamer terug, hij was druk dus zou ik hem s’ avonds spreken. Ook was het tijd een afspraak met mijn hospita te maken om te vertellen dat ik niet voor de urgentie in aanmerking was gekomen. Dat kon ik nu niet langer uitstellen, want zij moest ook door kunnen. Verder wilde ik haar vragen wat de planning voor de verhuizing en de verbouwing zou worden, zodat ik niet meer zoals voorheen bij één geluid al tegen de muren zou opvliegen.

Twee confronterende afspraken op één dag en zo mogelijk allebei s’ avonds. Geweldig. Not. De rest van de dag liep ik dan ook nagelbijtend rond. Tegen de avond was ik zo gespannen dat ik in foetus houding op bed lag.
Dit kan zo niet langer, dacht ik bij mezelf. Ik heb nu twee keuzes, of ik kan zo blijven liggen en al ellendiger worden, óf ik kan mijn stoere kant aanspreken en de zenuwen even van me af gaan wandelen. Het laatste leek het beste. Van zo’n rondje wandelen met keiharde dance muziek van rond 2000 in mijn oren wordt ik veel slagvaardiger.

Onderweg maakte het me niet meer uit of ik te laat op de afspraak zou komen of niet, ik moest even wandelen om die zenuwen te geleiden. Lopend kwam ik er dan ook achter dat die meneer me al had proberen te bereiken, maar ik mijn mobiel niet had gehoord. Zie je het al voor je: Een driftig wandelende mevrouw met headphones op die door haar afgaande telefoon een soort wandelend alarm wordt.  Ik bel hem na mijn wandeling terug dacht ik en stapte kordaat verder.

Toen ik hem sprak leek het wel of hij zelf een beetje koud water vrees had. Van zijn aanvankelijke enthousiasme was ongeveer de helft over. Hij had nog meer tijd nodig, zo was het verhaal, om de kamer in te richten. Even schilderen, laatste spullen van hem zelf uitruimen, fijn tweepersoons bed er in, zo somde hij op. Nu ja, het was waarschijnlijk wel aardig bedoeld. Hoe dan ook hij zou nog een maandje nodig hebben voor het klaar was en mij dan terug bellen.
‘Je hebt toch geen haast hé?’ vroeg hij.
‘Nee hoor,’ antwoordde ik weer uit plichtsbesef.
Sub-assertief, noemen ze dat. Een eigenschap waarbij je als autistische vrouw alles maar aanneemt en goed vind uit onzekerheid. Daar herken ik mij wel in, ik denk ook altijd dat andere mensen het tot in de eeuwigheid beter zullen weten dan mij. Zelfs als ze de grootste onzin uitkramen bedenk ik wel een excuus voor ze. Als ze zichzelf roet in het eten gooien reik ik ze meestal het bijpassende alibi nog aan ook. Zoals die keer met de boekhouder, toen ik per ongeluk geconfronteerd werd met de porno die open stond op zijn computer.
‘Zal wel een virus zijn,’ pleitte ik hem vrij. De boekhouder haalde onverschillig zijn schouders op.

Ook vroeg de man nog een paar dingen over mijn uitkering en mentale staat. Hij leek opeens op zijn hoede over het onderwerp. Misschien had hij het er wel met zijn ver weg vriendin over gehad. Ik zag voor me hoe zij hem doordringend had aangekeken en op aangeslagen toon had gezegd: ‘Schat, kijk uit met zo iemand, voor je het weet haal je je van alles op de hals’.
Hoe dan ook ik was opgelucht, want zo had ik nog even de tijd om te beslissen. Of om niet te hoeven beslissen.

Dan het gesprek met mijn hospita, wat mij tot ware euforie bracht:
Allereerst had zij geïnformeerd, en zou er nauwelijks tijd zijn voor de verbouwing, waardoor zij deze min of meer uit haar hoofd had gezet. De jongen zou een tijdje bij hun in huis bivakkeren tot ik weg was. Daarna vroeg ze me uit over de kamerjacht. Of ik bang was om mijn plekje op de sociale huurwoning lijst op te geven voor een ver weg kamer, en hoeveelste ik stond.
‘Mijn broer en zijn vrouw konden tenminste nog in een klein stadje een half uur hier vandaan in een seniorenflat, maar jij zou daar niet willen wonen is het niet?’
‘Oh ik zou er wel voor tekenen hoor,’ zei ik ruimhartig. ‘Lekker rustig bij die senioren en vanaf die stad is er tenminste een treinaansluiting.’
Openhartig vertelde ik haar over de situatie. Ja ik had bij twee sociale huurwoning coöperaties in de regio volop gereageerd, maar ik stond nog steeds plek honderd-zoveel. En ja ik reageerde ook op de minder populaire woningen. Natuurlijk zou ik het vervelend vinden om 7 jaar inschrijftijd aan een ellendig flatje in een gehucht hier ver vandaan kwijt te zijn, maar dan nóg zou ik het doen. (Dit meende ik overigens ook.) En ja ik had mijn gegevens op de site grondig doorgelopen op eventuele tekorten. Ik had zelfs gekeken of er niet een ander soort inkomstenverklaring was, waarop mijn jaarinkomen meer leek, zodat ik voor meer huizen in aanmerking zou komen.
‘Als ik niet inlog en in het woonaanbod kijk, ziet deze hele stad rood van de vlaggetjes, maar zodra ik inlog kan ik vanwege mijn lage jaarinkomen nog maar op drie of minder woningen per week reageren en daar wordt dan door iedereen op gereageerd,’ vertelde ik haar naar waarheid. ‘Het zal de VVD wel zijn, die zijn ondertussen 8 jaar aan de macht,’ zei ik grimmig.
Ook vertelde ik over het voor mij bereikbare woonaanbod op Marktplaats.
‘Op dit moment is er één kamer super ver weg bij een man in huis en ik weet niet zeker of ik er met mijn auto rijangst wel heen kan. Dan is er één minuscuul kamertje in de onderhuur van een profiel dat de hele tijd offline gehaald wordt en één anti-kraak kamer waar ze per se een stelletje voor willen.’ Dit was inderdaad mijn huuraanbod op dat moment.
‘En zijn er geen andere sites?’ vroeg mijn hospita.
‘Jawel, maar die vragen allemaal geld en adverteren ook met huuraanbod van andere websites, die dan óók weer geld vragen,’ zei ik.
Dankzij het wandelen zat ik goed in het gesprek. Ik leidde zelfs.
‘Ik doe wat ik kan,’ zei ik, ‘maar het gaat nu eenmaal niet zo hard. Verder vind ik het ook heel spijtig dat ik er jullie plannen mee door de war gooi. Dat ik niet financieel capabel genoeg ben om mezelf uit deze situatie te redden. Jaren geleden, toen ik hier kwam had ik het natuurlijk heel anders voor me gezien, hoe ik hier weg zou gaan.’
‘Daar kan je niets aan doen,’ zei mijn hospita begrijpend, ‘die dingen gebeuren nu eenmaal en ik vind het ook echt heel naar voor je’.
Ik mijmerde nog even verder over mijn pogingen tot zoeken voordat ik door had dat ik haar te veel onderbrak en ze ergens op zinspeelde.
‘Ik heb eerder al aangegeven dat ik alle kosten die je maakt om aan een woning te komen wil vergoeden, maar ik wil verder ook aanbieden je financieel te helpen met de huur,’ zei ze.
‘Waar moet ik dan aan denken?’ stamelde ik.
‘Nou als jij iets vind, dat ik je dan geld geef, om je financieel te helpen,’ zei ze.
‘Oh, als het mij lukt om op tijd weg te komen,’ zei ik.
‘Ja maar ook zodat het lukt.’
‘Een beetje een soort “oprot premie” bedoel je?’
Ik weet niet waarom ik dat zo grof zei, maar het was ongemakkelijk over financiën te praten en in mijn assertieve dance muziek stemming was ‘t het enige woord dat in mij op kwam.
Hardop denkend zei ik: ‘Ik vrees dat 20 tot 30 euro per maand niet zo veel gewicht in de schaal gaat leggen, hoewel ik het natuurlijk gewoon blijf proberen…’
‘Ik dacht eigenlijk tot 200 euro per maand meer…’ zei ze. ‘Dat is á 4900 euro voor de 2 jaar die je moet overbruggen tot een sociale huurwoning. Weet je zeker dat het twee jaar zal zijn?’
‘Maar… dat is heel aardig,’ zei ik gegeneerd. ‘Natuurlijk alleen als het nodig is…’ zei ik hardop denkend. ‘Maar ik wil het wel graag aannemen hoor… Maar… weet je dat zeker? Wil je er niet nog even over nadenken?’
Het werd allemaal een beetje onsamenhangend, ik die opgelaten woorden voor haar probeerde in te vullen en zei die mij probeerde te onderbreken om iets te kunnen zeggen.

De dagen er na liep ik op wolken.
‘Zo wordt het huizen zoeken natuurlijk véél makkelijker, stel je voor wat ik zou kunnen huren voor mezelf!’ riep ik blij door de telefoon tegen mijn vriendin.
‘Ik zou het niet aannemen,’ zei mijn vriendin stijfjes.
‘Waarom niet? Je bent gek als je het niet doet, wanneer ga ik nog een keer zo veel geld krijgen?’
‘Uit gevoel van trost,’ zei ze.
‘Wat een onzin,’ zei ik schamper. ‘Met dat zogenaamde gevoel van trots van jou schiet je jezelf alleen maar door de voet.’
‘Nou je moet er in ieder geval wel goede afspraken over maken,’ zei mijn vriendin. ‘Stel dat de betaling uiteindelijk niet door gaat om een of andere reden.’
‘Misschien heb je gelijk en moet ik er iets groots tegenover stellen,’ zei ik. ‘Het is toch wel ontzettend genereus van haar.’
‘Dat hoef je niet te doen en daar heb je bovendien helemaal de energie niet voor,’ zei mijn vriendin.

Ik checkte het bij mijn coach, of zij dat ook vond van dat geld aannemen.
‘Eigenlijk is het zo gek nog niet hoor,’ zei ze. ‘Sociale huurwoning coöperaties doen dat ook als mensen uit hun woning moeten. Die krijgen dan een bepaald bedrag mee voor het verhuizen en urgentie op de wachtlijst. Meestal een bedrag of 6000 euro.’
In dat voetlicht zag het voorstel van mijn hospita er opeens iets normaler uit.

Ik was benieuwd wat ik allemaal zou kunnen huren met dat geld. De volgende dag daagde mij nog een mooi idee waar ik helemaal vleugeltjes van kreeg:
‘Misschien kan ik wel een boot kopen voor dat geld,’ zei ik opgetogen tegen mijn vriendin. ‘Dan kan ik gewoon weg varen als het ergens te luidruchtig is.’
Ik zag mezelf al helemaal frank en vrij op zo’n boot zitten. Ik zou cool worden en eindelijk iets voor mijzelf hebben. Een geweldig creatieve oplossing voor mijn beperking.
‘Jij hebt toch helemaal niets met boten,’ zei mijn ma toen ik het haar vertelde.
‘Nee maar dat kan ik wel krijgen!’ riep ik enthousiast. Toch stelde ik het verder zoeken naar een woning met dit nieuwe budget uit.
Toen ik eindelijk ging kijken, kwam ik er achter dat 200 euro meer, helemaal niet een grote poort des overvloed ontsloot. De kamers waren nog altijd schaars en ondermaats. Dat was ontnuchterend. Met dit bedrag in gedachten was het veel leuker om naar bootjes te kijken.

2 Comments

  1. Wat goed zeg, dat je bent gaan wandelen. En dat aanbod om je te helpen…ik zou ook echt even niet weten wat ik had moeten zeggen. En sorry, maar ik moest grinniken omdat je zei dat je wel iets met boten kon krijgen. Hoe creatief wordt een brein in nood;).

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.